Familiegeschiedenis

De Zwijndrechtse koopman Machiel Adrianus van den Hout (1863-1931) was een echte pater familias. Hij was de grondlegger van een groot familiebedrijf en hij kreeg samen met zijn vrouw Klaaske Zijlstra, afkomstig uit Friesland, maar liefst 14 kinderen. De familie Van den Hout was op de kaart gezet. Maar waar kwam dit geslacht eigenlijk vandaan?

Machiel Adrianus was geen echte Zwijndrechtenaar, laat staan Hollander. Lange tijd werd gedacht dat de familienaam afkomstig was van het Brabantse plaatsje Den Hout. Hoewel enkele generaties inderdaad in die streek waren gevestigd moeten we verder terug in de tijd om de herkomst van de naam te achterhalen.

Zeer waarschijnlijk is een verre voorouder van Machiel Adrianus, genaamd Aert Dircks van den Hout (ca. 1605-1664) tijdens de tachtigjarige oorlog naar West-Brabant gevlucht vanuit de Meijerij van ‘s-Hertogenbosch.

Dat de familie slachtoffer was geworden van het oorlogsgeweld bleek wel uit alle landerijen en andere bezittingen die de familie verloor aan het begin van de 17e eeuw. Om nog maar niet te spreken over het religieus geweld dat was gericht tegen de gevestigde Katholieke families.

Dat de familie Van den Hout tijdens de 15e en 16e eeuw (de “Brabantse gouden eeuw”) bij het Brabantse en Katholieke establishment hoorde bleek o.a. uit hun lidmaatschap van de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap te ‘s-Hertogenbosch. Vele Van den Houten waren buitenlid van dit oude Broederschap. Daarnaast bekleedde verschillende (aangetrouwde) familieleden bestuursfuncties in voornamelijk het zuid-westelijke deel van de Meijerij.1

Fragment uit de rijk geïllustreerde wapenboeken van de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap.

Dat de leden van de familie Van den Hout echte Brabanders waren was duidelijk. Maar die naam, waar kwam die nou vandaan?

Ver voor de tachtigjarige oorlog in de donkere middeleeuwen werd het Hertogdom Brabant geregeerd door een verzameling van adellijke geslachten van divers pluimage. Een van deze geslachten was het oud-adellijke geslacht Van Rode, die van de legendarische graven van Rode zou afstammen. Hoewel de schriftelijke bronnen uit deze tijd uiteraard beperkt zijn is het zeker dat Arnold I van Rode (ca. 1065-1121) een machtig heerser was. Hij ging niet alleen mee op kruistocht als gezel van Godfried van Bouillon, maar zorgde er onder andere voor dat Brabant zijn eigen heilige kreeg, genaamd Sint Oda. De plaats St. Oedenrode (St. Oda-Rode) ontleent er zelfs haar naam aan. Arnold kreeg een aantal zonen en liet grote stenen landhuizen bouwen voor dit nageslacht. Een van deze landhuizen, men zegt de meest imposante, was het omgrachte Slot Ten Hout.

Slot Ten Hout in de 19e eeuw. Afgebeeld op een glas-in-loodraam in Kasteel Dommelrode te St. Oedenrode.

Lieflijk gelegen in de Brabantse bossen werd dit kasteeltje bewoond door verschillende nakomelingen van Arnold I. Niet geheel toevallig gingen deze nakomelingen zich naast Van Rode ook “Van den Hout” noemen. Zo ook Rutger van Rode gezegd Van den Hout (ca. 1260-1342) (of in het latijn: Rutgerus de Rode dictus de Ligno). Hoewel deze Rutger op hoge leeftijd het slot verkocht, bleven zijn kinderen zich Van den Hout noemen. Uit het een volgt het ander en in de eeuwen daarna verspreidde het geslacht zich door heel Noord-Brabant.

Fragment uit een oorkonde van
de Abdij van Postel (1283).

Maar waarom verkocht Rutger het slotje? Wie was die Arnold I van Rode die naar Jeruzalem ging? En wie was de kluizenares Maria van (den) Hout? Antwoorden op deze en nog veel meer vragen zijn te lezen in de Familiekroniek Van den Hout – Deel I (1060-1630).

Een genealogisch overzicht is te vinden in dit document.

De tweede druk van de Familiekroniek Van den Hout – Deel I (1060-1630) is in ontwikkeling.

  1. Enkele voorbeelden van familieleden die bestuurlijke functies bekleedden zijn:
    Rutger van Rode gezegd van den Hout, schepen (1335) te St. Oedenrode.
    Jan Jacobusz van den Hout, heilige geestmeester (1484) te Oirschot.
    Lodewijk Timmermans, schepen (1531, 1549) te Oirschot en Andries Lodewijk Timmermans, schepen (1513) te Oirschot, respectievelijk zwager en oom van Dirck Jacobus van den Hout, getrouwd met Heilwich Timmermans.
    Wouter Dircks van den Hout, raadsman (1576), schepen (1571, 1574, 1577) en heilige geestmeester (1570, 1572, 1573, 1575) te Oirschot.
    Adriaan Jansz van den Hout, schatheffer (1628) en heilige geestmeester (1634, 1635, 1636) te Oirschot.
    Hendrick Dircks van den Hout, schatheffer (1637) te Oirschot
    Aert Dircks van den Hout, schatheffer (1642) in Oirschot, burgemeester (1648) en waagmeester (1653, 1654) te ‘s-Gravenmoer.




    ↩︎